2016 – door Hans Boland.

Toen uitgeverij Papieren Tijger eind vorige eeuw besloot tot een uitgave van het volledige verzamelde werk van Alexandr Poesjkin in Nederlandse vertaling, door één enkele vertaler te verrichten, stelde die zich heimelijk – om niet te worden afgerekend op zijn hoogmoed – ten doel de titanentaak te voltooien vóór hij van zijn AOW kon gaan genieten. Dankzij de dames en heren politici, die de beoogde leeftijd in hun visionaire wijsheid welwillend oprekten, werd de doelstelling op de valreep gehaald.

Het is zover.

Gold Poesjkin zeventien jaar geleden – het eerste van de tien delen verscheen in 1999 – in de Lage Landen nog als een literair randverschijnsel, inmiddels heeft hij ook hier vaste voet aan de grond gekregen, al lijkt de Hollandse zuinigheid hem vooralsnog de plaats te onthouden die hem toekomt: tussen Dante, Shakespeare, Cervantes en Goethe. Er worden theater- en voorleesavonden, lezingen en colloquia aan hem gewijd, zijn naam valt op onverwachte momenten, en zijn werk wordt gelezen – zij het nog altijd veel te weinig, maar dat is met de rest van de allergrootsten weinig anders.

Samen met het complete corpus brieven (deel 9) staat nu ook een uitvoerig, verantwoord notenapparaat ter beschikking van de lezer; daarmee vullen deze beide delen de laatste grote lacune in de Poesjkinreceptie te onzent. Behalve de aantekeningen bij de brieven kan men in dit afsluitende deel de meest noodzakelijke informatie vinden over personen, plaatsen, thema’s en persorganen die in Poesjkins brieven vermeld worden, alsmede de briefverwijzingen naar Poesjkins eigen poëzie en proza. Last but not least is een lijst opgenomen van alle niet-Russische historische figuren die op enig moment in Poesjkins verzameld werk ter sprake komen: een onmisbare stimulans voor een beter begrip van en kennis over de belangrijkste Rus die Europa heeft voortgebracht.

Het woord is aan u!

 

De schrijver – Alexandr Poesjkin

Alexandr Poesjkin (1799 – 1837) wordt algemeen beschouwd als de grootste Russische dichter. Hij werd geboren in Moskou, als telg van een oud adellijk geslacht. In 1811 werd hij leerling van het keizerlijk lyceum, dat gevestigd was in een vleugel van het Zomerpaleis in de buurt van de toenmalige hoofdstad Sint-Petersburg. Na het eindexamen trad hij in staatsdienst, maar werd in 1820 door tsaar Alexander I (1801 – 1825) vanwege zijn opruiende verzen verbannen naar Moldavië en vervolgens naar Odessa. Hier kwam hij in conflict met de gouverneur-generaal, wiens vrouw hij het hof maakte, en in 1824 werd hij opnieuw overgeplaatst, ditmaal naar het landgoed van zijn moeder in de regio Pskov, niet ver van de grens met Estland. Op 14 december werd een poging tot revolutie, waarbij vele vrienden van Poesjkin betrokken waren, bloedig neergeslagen, en kwam Nicolaas I (1825 – 1855) op de troon. Poesjkin werd teruggeroepen naar de hoofdstad en kwam onder persoonlijk toezicht van de tsaar. In 1831 trouwde hij met de achttienjarige, beeldschone Natalja Gontsjarova. Zes jaar later werd hij in een duel gedood door de maintené van de Nederlandse gezant in Sint-Petersburg. Poesjkin heeft ondanks zijn korte leven een groot oeuvre nagelaten. Zijn lyriek omvat bijna zevenhonderd gedichten. Zijn magnum opus, de roman in verzen Jevgeni Onegin, ontstond tussen 1823 en 1830. In 1820 publiceerde hij zijn eerste novelle in verzen, Roeslan en Ljoedmila, die hem nationale roem bezorgde; zijn belangrijkste novelle in verzen, De Bronzen Ruiter, dateert van 1833. Daarnaast schreef hij drama’s en sprookjes, en legde hij de basis voor het Russische proza dat Europa vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw veroverde.

De vertaler – Hans Boland

Hans Boland (1951), slavist, promoveerde op poëzie van Achmatova, die hij tevens in het Nederlands vertaalde. Daarnaast vertaalde hij poëzie van Goemiljov en Rijn en Lermontovs novelle De held van onze tijd. Boland woonde van 1992 tot 1996 in Sint-Petersburg, waar hij als docent aan de universiteit verbonden was.

 

WERELDPRIMEUR
Met het verschijnen van deel 4 was het voor het eerst dat de complete lyriek van Poesjkin in het Nederlands is vertaald. De enige andere taal die daar tot nog toe op kan bogen is het Engels; voor de Engelse vertaling zijn echter zesenveertig vertalers ingeschakeld, zodat Bolands soloprestatie met recht een wereldprimeur mag worden genoemd.