Hans Krikke

"Het begon op 28 september, om vijf uur in de morgen. Wilma was als eerste wakker en snelde naar beneden. Ik hoorde een man luidruchtig praten. Wilma riep: "Hans, het is de politie." Op de trap hoorde ik gestommel en zware voetstappen. Buiten blafte een hond."
Zo begint het boek over een nachtmerrie die Kafka niet had kunnen bedenken. In de vroege ochtend van 29 september 1994 valt een kleine politiemacht het huis van journalist Hans Krikke binnen. Alle spullen worden meegenomen.

Ook het kantoor en de huizen van twee collega's – waarvan er één twee dagen daarvoor was begraven – worden die morgen doorzocht. Samen met Opstand-collega Jan Müter krijgt Hans Krikke een paar weken later te horen dat zij officieel worden beschuldigd van politiek terrorisme. Voor Krikke en Müter begint dan een moeizame zoektocht naar de beweegredenen van Justitie. Maar hun tegenstanders zwijgen; de dossiers blijven geheim en de deuren gesloten. Krikke en Müter moeten uit de krant vernemen dat zij 'ontmaskerd' zijn als leden van RARA, een ondergrondse organisatie die met bommen een andere samenleving wil afdwingen.

In Dagboek van een RARA-terrorist doet Krikke verslag van zijn vaak hopeloze gevecht tegen het etiket 'verdacht terrorist'. Als verdachte wordt Krikke behandeld als veroordeelde. Wat hij ook ontkent, hij blijft schuldig tot het tegendeel bewezen is. Wanneer het bericht komt dat de zaak geseponeerd is, en Krikke dus eerherstel onthouden wordt, kan hij dan ook nauwelijks opgelucht zijn.

Hans Krikke (1958) woont en werkt in Amsterdam, alwaar hij deel uitmaakt van het onderzoekscollectief Opstand. Hij maakt documentairefilms voor Nederlandse omroepen en schrijft voor diverse bladen, waaronder Hervormd Nederland en OR-informatie. Krikke schrijft met name over arbeidsverhoudingen en arbeidsmigratie. In boekvorm leverde hij eerder een bijdrage aan De Medialeugen (1994). Dagboek van een RARA-terrorist is zijn eerste boek.

ISBN 9789067280440
144 pagina's
EUR 14,75
bestellen