Nico Rost
KRITISCHE KLASSIEKEN 9

Nico Rost zou vooral bekend worden als vertaler van het neusje van de zalm van de Duitse literatuur. In de jaren ‘20 en ‘30 van de vorige eeuw verbleef hij in Duitsland en vertaalde er in hoog tempo werk van o.a. Anna Seghers, Alfred Döblin, Joseph Roth, Ernst Toller en Hans Fallada. Het hoogtepunt in zijn eigen werk is ongetwijfeld zijn imponerende kampdagboek Goethe in Dachau dat, toen het in 1947 gepubliceerd werd, door vriend en vijand werd geprezen. In Berlijn maakte Rost de opkomst van de nazi’s mee en werd hij communist. Nadat hij in 1933 al eens drie weken in het kamp Oraniënburg vastgehouden werd, werd Rost in 1943 voor de tweede keer gearresteerd en belandde hij zoals veel verzetsstrijders uiteindelijk in het concentratiekamp Dachau, waar hij bleef tot het kamp op 30 april 1945 door de Amerikanen werd bevrijd.

Vanwege een abces aan zijn been werd Rost opgenomen in de ziekenbarak van het kamp. Hierdoor kon hij zich binnen het kamp re­delijk vrij bewegen en had hij de gelegenheid om zijn medegevangenen te spreken en te helpen. Velen van hen kende hij al uit kamp Vught, anderen dankzij zijn internationale contacten binnen de communistische en anti-fascistische beweging. Al vanaf zijn eerste dag in het kamp besluit hij om een dagboek bij te houden, daarbij geholpen door medegevangenen die hem stukjes papier be­zorgden waarop hij zijn aantekeningen kon maken. Onvermijdelijk schrijft Rost over het dagelijkse kampleven: de wreed­heid van de SS, het grote aantal slachtoffers dat de gevreesde vlektyfus onder de gevangen eist, maar ook over de onderlinge hulpbereidheid onder de gevangenen en de vele gesprekken en ‘studiebijeenkomsten’ die hij met gevangenen van diverse pluimage voerde. Maar de werkelijke betekenis van Goethe in Dachau ligt in de manier waarop Rost deze gebeurtenissen verwerkt en zijn menselijke waardigheid weet te bewaren en te behouden.

Literatuur en werkelijkheid luidt de ondertitel van het dagboek. Vasthouden aan de menselijkheid en de wereld van schoonheid en re­delijkheid was voor Rost van levensbelang. Die menselijkheid vond hij in de literatuur en dan met name in de Duitse literatuur uit de Romantiek, waarvan Goethe en Schiller de belangrijkste vertegenwoordigers waren. Door hun (en andere) boeken te lezen en te herlezen blijft hij zichzelf voor ogen houden dat er nog een andere werkelijkheid bestaat dan die van de honger en de kou, de ziekte en de dood, waar hij dagelijks mee geconfronteerd wordt. ‘Wie over eten begint te praten, krijgt steeds meer honger. En degenen die het meest over de dood praten zijn het vlugst gestorven… Vitamine L (literatuur) en T (toekomst) lijken me de beste bijvoeding,’ schrijft hij op 11 februari 1945.
Op die manier wist Rost om te gaan met de dagelijkse barbarij en werd het bijhouden van zijn dagboek niet meer en minder dan een manier om het concentratiekamp te overleven.

Met Goethe in Dachau heeft Nico Rost niet alleen een monument voor zijn medegevangenen in Dachau opgericht, maar ook laten zien hoe een mens zijn waardigheid kan be­houden in een omgeving die niet onderdeed voor de hel.

ISBN 978-90-816628-8-8
272 pagina’s
Gebonden in stofomslag
EUR 24,00
bestellen