Verzameld werk Alexandr Poesjkin deel 3

Vertaald door Hans Boland

Op 6 mei 1820, drie weken voor zijn eenentwintigste verjaardag, verlaat de veelbelovende dichter, tevens enfant terrible, Alexandr Poesjkin de Russische hoofdstad Sint-Petersburg, waar hij bijna drie jaar heeft ‘gelanterfant’. Zijn vertrek is gelast door tsaar Alexander I, wiens woede is gewekt door gedichten als Vrijheid (opgenomen in VW 2, p.294). Van nu af aan zal de dichter in het centrum van de nationale aandacht staan. Op weg naar zijn plaats van bestemming ontmoet hij de nationale held generaal Rajevski, die met zijn gezin op weg is voor een vakantie op de Krim en in de Kaukasus. Poesjkin mag mee, en hij zal zich de reis herinneren als een van de meest onbewolkte perioden van zijn leven.

Op 21 september bereikt hij zijn officiële ballingsoord Chisinau (Kisjinjov), de hoofdstad van Bessarabië (Moldavië) en een broeinest van politiek activisten. Hier niet ver vandaan – ‘niet ver’ naar Russische maatstaven – sleet Ovidius op last van keizer Augustus zijn laatste levensjaren als balling, waar Poesjkin vanzelfsprekend een identificatiemotief in ziet.

Na bijna drie jaar wordt de dichter overgeplaatst naar Odessa, een jonge havenstad met een kosmopolitische bevolking en een actief sociaal leven. Poesjkin krijgt iets met de vrouw van de gouverneur-generaal en wordt in de herfst van 1824 doorgestuurd naar Michailovskoje, een landgoed van de Poesjkins in de noordelijke provincie Pskov. Hier heeft de dichter alle gelegenheid om veel te lezen en te schrijven, en hij is er altijd welkom bij zijn buurvrouw en haar dochters, stiefdochters en nichtjes. In september 1826 maakt de nieuwe tsaar – Nicolaas I, aan de macht sinds de mislukte revolutiepoging van 14 december 1825 – een eind aan Poesjkins ballingschap.

“Dankzij Hans Boland klinkt de stem van Poesjkin steeds helderder en vertrouwder. Nu verbaast het ook niet meer dat deze gedichten zo lang hebben gewacht op hun Nederlandse vertaler. Poesjkins altijd jeugdige zwier, brutaliteit en hartstocht vragen van een vertaler precies de bravoure die de dichter zo dierbaar maakt. En de verstechniek. Dat in de hoogtijdagen van de Europese Romantiek een jonge Russische aristocraat zó lichtvoetig en ongedwongen was, in zulke ontwapenend directe gedichten; het is een verrijking waar ook de Nederlandse literatuur – nu, eindelijk – Hans Boland dankbaar voor kan en moet zijn.” – René Puthaar

ISBN 9789067281652
361 pagina’s
gebonden boek, met linnen- en stofomslag
EUR 32,50
Bestellen