door L. van der Hulst

Hugo de Schepper (1934) is historicus en emeritus hoogleraar. In dit boek onderzoekt hij de ontwikkeling van de identiteit in de Lage Landen tussen 1200 en 1800. Volgens De Schepper is er in de eerste eeuwen van die periode eerder sprake van een oost-west (platteland-stad, binnenland-kust) dan een noord-zuid tegenstelling. De noordelijke en zuidelijke Nederlanden vormden een culturele eenheid. Hij analyseert het gebruik van territoriale aanduidingen in documenten, literatuur en cartografie. Veel daarvan zijn in het boek afgebeeld. De termen Belgicum en Nederlandt zijn daarin synoniemen.

De Schepper betoogt dat het identiteitsbesef zich na de vrede van Munster (1648) in het noorden en zuiden verschillend ontwikkelde. De Schepper heeft kritiek op de geschiedschrijving vanaf 1830 die te deterministisch is. Historici hebben in zijn ogen geredeneerd vanuit de natiestaten Nederland en België. De stelling van De Schepper is prikkelend.