Tijdschrift voor Europese literatuur & cultuur

door Emmanuel Waegemans

‘De blote kont van de keizerin’

In de jaren 1830 maakte Aleksandr Poesjkin, de latere grootheid en nummer één van de Russische literatuur, de ommezwaai naar proza. AI in Jevgeni Onegin had hij te kennen gegeven dat hij poëzíe niet meer zag zitten en zich op het proza zou werpen. Dat heeft uitmuntend werk opgeleverd’. Doebrovski, De Moor van Peter de Grote, De verhalen van Bjelkin. Een geslaagd en uiterst genietbaar literair werk is De kapiteinsdochter (1836), een historische roman over een cruciale periode in de Russische geschiedenis – de boerenopstand van 1773-1774 onder Poegatsjov, die half Rusland in vuur en vlam zette en het imperium van keizerin Catherina (de Grote) aan het wankelen bracht. Poesjkin was te ong om de opstand nog meegemaakt te hebben, maar van tijdgenoten en ooggetuigen kon hij nog verhalen horen over deze  verschrikkelijke jaren. In zijn roman knoopt hij deze historische episode aan een verzonnen liefdesgeschiedenis. Het is een van de klassiekers en verplichte lectuur voor scholieren in Rusland geworden. Poesjkin beeldt de opstandeling, de kozak Poegatsjov, niet uit als een  monster of een ‘dolle hond’, maar als een rechtvaardige, moedige en verstandige volksmenner. Elke Rus kent de uitspraak van Poesjkin over de opstand van Poegatsjov uit het hoofd: ‘God geve dat u nooit getuige hoeft te zijn van Russische muiterij – genadeloos en zinloos’ (in de vertaling van Boland in volume 7 van het Verzameld Werk: ‘Wee het tijdsgewricht waarin een Russische revolte woedt, zonder een greintje rede, zonder een schim van genade!).

LEES HET HELE ARTIKEL

 

 

Boek(en)