Willem Oltmans heeft vanaf zijn eerste dagboeknotities de gebeurtenissen in zijn leven vastgelegd. Van zijn omgang met ouders en familie tot de vele vrienden en relaties die hij leerde kennen. Van de dagelijkse vorming van zijn geest tot de vele journalistieke en politieke verwikkelingen waarin hij verzeild raakte. Zijn motief tot deze grondige registratie van zijn bestaan was om uiteindelijk een werk te verwezenlijken waarin zichtbaar wordt hoe een mens wordt tot wat hij is.

Na zijn overwinning op de Staat der Nederlanden, en de financiële genoegdoening die daar het gevolg van was, was het mogelijk geworden om zijn 70-delige Memoires uit te geven.

De Memoires van Willem Oltmans zijn te beschouwen als een alternatieve geschiedschrijving van de tweede helft van de 20ste eeuw. Alternatief doordat, in tegenstelling tot officiële geschiedschrijvers, Oltmans met ooggetuigenverslagen kan rapporteren omtrent de gebeurtenissen achter de schermen van de internationale politiek, diplomatie en journalistiek. Onvermijdelijk komen in deze boeken de talloze botsingen aan de orde, veroorzaakt door de vele machinaties van inlichtingdiensten en gezagdragers. Dit is een unieke serie in de Nederlandse cultuurgeschiedenis.

Deel 1 t/m 5 kwamen uit bij uitgeverij In den Toren en zijn alleen nog sporadisch in een antiquariaat te vinden. De boeken zijn tussen de 300 en 350 pagina's dik.

MEMOIRES 1925-1953
deel 1
Aan de vooravond van zijn zestigste geboortedag opende Willem Oltmans voor het eerst deze gesloten doos van Pandora. Hij beschrijft zijn afkomst, familie en jeugd, welke afwisselend werd doorgebracht op een buitenplaats bij Zeist en op een kasteel in de Ardennen bij zijn grootouders Poslavsky. Dan volgt de oorlog, het Baarns Lyceum, zijn tijd als student op Nijenrode en aan de Yale Universiteit in Amerika. Op openhartige wijze analyseert hij aan de hand van grote dagboekfragmenten zijn verleden, de relaties met vrienden en vriendinnen, broers en ouders, gouvernante en leermeester, waarbij sommige contacten, zoals met Henk Hofland die later ook journalist werd, uitgroeiden tot aparte verhalen, die door de hele serie heenlopen.

MEMOIRES 1953 – 1957
deel 2
Het tweede deel van Oltmans' memoires verhaalt over zijn werk in Rome, zijn contacten met de troonpretendent van het Byzantijnse rijk, die hem van een adellijke titel voorzag en hem tot commandeur in de Ordre de Saint Constantin benoemde, over Nasser en Sukarno, Robert van Gulik en de Greet Hofmans-affaire, 'het bankroet ener nationale politiek', journalistiek, de kwestie Nieuw-Guinea en over Indonesië.

MEMOIRES 1957 – 1959
deel 3
Als gevolg van zijn bemoeienissen met de kwestie Nieuw Guinea werd Willem Oltmans in 1957 uit Nederland weggepest, waarbij zowel de BVD als minister Luns in ruime mate behulpzaam zijn geweest. Hij vestigde zich op zijn 33ste verjaardag als journalist in de Verenigde Staten. In die jaren werkte hij voornamelijk voor het weekblad Vrij Nederland. Hij begon ook politieke lezingen en tournees te houden in de VS en vond daarbij opnieuw de Nederlandse overheid tegenover zich, onder meer in de persoon van ambassadeur J. H. van Roijen. Ook beschrijft hij zijn moeizame huwelijksleven en de talrijke contacten met jongens in de VS, omdat hij de innerlijke strijd over de grenzen van intermenselijke relaties nog volop aan het voeren was.

MEMOIRES 1959 – 1961
deel 4
Kwestie Nieuw-Guinea, UNO, Indonesië, Kongo, Cuba: "Je dagboek is een document humain. Wanneer we in onze tijd een dergelijk verslag over de Napoleontische tijd zouden bezitten zou dit van enorme waarde zijn." – dr. Anton Constandse. "Een dagboek is de neerslag van de waarneming van een persoonlijke werkelijkheid. Door zijn eigen persoon in ontwikkeling volstrekt openhartig te beschrijven effent Oltmans voor zijn lezers de weg naar eigen herinterpretatie van belangrijke contemporaine gebeurtenissen." – prof. dr. Alexander Poslavsky.

MEMOIRES 1961
deel 5
In dit vijfde deel komt Oltmans als journalist en politieke troubleshooter pas werkelijk van de grond. Het Nieuw-Guinea conflict met Sukarno loopt naar een hoogtepunt. Oltmans opereert dan al sedert 1957 in het UNO hoofdkwartier in New York en onderhoudt enerzijds nauwe betrekkingen met de Indonesische ambassadeur Zairin Zain en Skardjo Wirjopranoto en anderzijds werkt hij nog steeds binnen de groep Rijkens, de industriëlen die de politiek van Luns dwarsboomden. In juni 1961 besluit Oltmans de geheime lobby in Vrij Nederland in de publiciteit te brengen. In dit deel wordt voor de eerste maal gedocumenteerd en gedetailleerd het spel achter de schermen rond de Papoea's uit de doeken gedaan.

 

 

Boek(en)