De toespraak van Bert Boelaars
op 11 november 2016

 

Iedereen aan de zelfbeschikking, zo zou je, populair gezegd, het bevlogen levensideaal van Rob in vier woorden kunnen samenvatten. Dit boek waarin hij het hoe en waarom van die zelfbeschikking aan de hand van zijn persoonlijke levensgeschiedenis uiteenzet is helder geschreven, in de toegankelijke stijl die velen zullen herkennen.

Ruim veertig jaar geleden maakte ik als student sociologie kennis met Rob. Zijn colleges vielen mij op door de open en begrijpelijke presentatie. Ik zocht werk om mijn studie te bekostigen en kon als student assistent bij hem aan de slag. Met veel genoegen hielp ik hem bij de begeleiding van werkgroepen en zo ontdekte ik dat Rob nog enorm veel meer deed dan sociologie doceren. Zijn gedreven inzet om gelijke rechten voor humanisten en homoseksuelen te bevorderen beroerden mij ook persoonlijk. Op die manier raakte ik dan betrokken bij de voorbereiding van Rob zijn proefschrift, over homoseksualiteit in Nederland. Elke week reed ik vanuit Utrecht met hem mee naar Amsterdam, in de veel geroemde Volvo, om in de stoffige kelder van het COC het verwaarloosde archief te ordenen en daarmee toegankelijk te maken voor onderzoek. Toen het Humanistisch Verbond een medewerker zocht voor het tijdschrift Rekenschap en de bijzondere leerstoelen kwam die baan erbij en ging er bijna geen dag voorbij of ik maakte Rob mee in een van zijn vele functies. Die altijd naadloos op elkaar aansloten. Dat boeide mij zeer en vooral ook de prettige manier waarop hij de vele vergaderingen leidde of bijwoonde, rustig en doortastend tegelijk het woord voerde in de media en bovendien de vriendelijkheid zelve bleef, hoeveel drukte er ook om hem heen was. Lees nu zijn levensherinneringen in dit boek en u heeft er een indringend beeld bij.

Pas later vernam ik dat ook Rob in zijn tijd als student werk zocht en vond bij Piet Thoenes, omdat zijn vader weigerde financieel bij te dragen aan de studie. Het verhaal staat in dit boek. Herkenning dus, en het inspireerde mij als ik zag hoe Rob zich ontwikkeld had en zich inzette voor idealen die ook voor mij zeggingskracht hadden. Zijn onvermoeibare strijd voor de rechten van homo’s en humanisten vloeide op een logische manier in elkaar over en hij kon dat ook steeds goed uitleggen. Onder zijn voorzitterschap groeide het Humanistisch Verbond uit tot een succesvolle organisatie met tientallen professionele functionarissen in dienst. Aan de universiteit slaagde Rob erin een eigen vakgebied homostudies te ontwikkelen, met eveneens tal van medewerkers en een niet elders geëvenaarde productie aan studies en onderzoek.

Dit boek zet alles overzichtelijk op een rij. Indrukwekkend en bijna niet te bevatten als ik het allemaal weer zo voorbij zie komen. Het is mooi om te lezen dat veel is verwezenlijkt door de tomeloze inzet van mensen als Rob, zijn geliefde Herman, zijn twee niet familiale vaders Benno Premsela en Jaap van Praag, en tal van anderen. Jammer is uiteraard dat er zorgen blijven, en ook dat Rob zijn succes soms jaloezie wekte wat in enkele gevallen tot persoonlijke teleurstelling heeft geleid. Niettemin veel interessante herinneringen om op terug te kijken in dit boek, vol anekdotes en geschiedenissen die ertoe doen.

Het boek eindigt positief, een happy end dus. In het laatste hoofdstuk bezingt Rob de lofzang op Friesland als het beloofde land, pardon ‘land van belofte’, zo noemt hij het zelf. Als Reviaan valt me de parallel op met Gerard Reve, die net als Rob op een gegeven moment zijn buik vol had van de randstad, en Amsterdam in het bijzonder. Dit ondanks het gegeven dat beide mannen zich vooral hebben ontwikkeld door ín en vanuit Amsterdam actief te zijn. Reve schreef er de boeken waarmee hij wereldberoemd werd in Nederland, en Rob was er vaak bij zijn tweede vader Benno Premsela; hij gaf samen met deze ras Amsterdammer de homo-emancipatie vanuit de hoofdstad vleugels in de jaren zestig en zeventig.

Reve kwam terecht in een dorpje niet ver van Molkwerum waar Rob nu woont. Net als Rob was Reve lyrisch over Friesland. Maar na zo’n tien jaar keerde de zelfbenoemde volksschrijver zich toch van Friesland af, en dat nu is denk ik een groot verschil met Rob, want die woont inmiddels ruim dertien jaar in het Utopia van het noorden, althans naar mijn indruk ervaart hij het zo. De wereldwijde contacten die hij in zijn werkzame leven onderhield worden met dank aan internet nu op digitale wijze voortgezet. Na het failliet van De Gay Krant waarvoor Rob onbezoldigd honderden columns schreef, begon hij in 2013 zijn eigen website. Sedertdien zijn ruim 160 blogs verschenen die volgens de kijkcijfers in alle delen van de wereld worden gelezen. De onderwerpen zijn vaak gerelateerd aan actualiteiten en ik herken geregeld de oude docent sociologie die zijn lezers graag iets van zijn inzichten en opvattingen wil meegeven. Dat doet hij nog steeds op zijn bekende open en toegankelijke wijze, en tot slot daarom nu enkele citaten uit het boek die mij in het bijzonder troffen en die aansluiten bij de belangrijkste thema’s die Rob in zijn leven hebben beziggehouden:

Als Rob in zijn jonge jaren via de universiteit terecht kan bij een bank om geld te lenen voor zijn studie wordt hij prettig geholpen door een medewerker die hem thuis in Zeist ontvangt. Rob schrijft dan: ‘Dankbaar denk ik aan deze man terug, die uit een heel ander hout gesneden was, dan de graaiende bankiers, waarmee we later helaas te maken kregen.’

Rob houdt van paradoxen. Hij benoemt er in dit boek aan aantal waaronder die van de ‘vrijheid bevorderende weerstanden’. Hij zegt daarover: ‘Het antihomoseksuele deel van de bevolking houdt de emancipatiebeweging wakker. Het is net als met opvoeden. Kinderen vrij laten, maakt ze niet vrij. Zij worden juist vrij door ze te leren omgaan met vrijheid bevorderende regels.’

Homostudies werd wel verweten niet wetenschappelijk te zijn, omdat de onderzoekers ‘subjectief betrokken’ waren. Daarop stelde Rob aan de critici voor om onderzoek onder hetero’s voortaan door homo/lesbische onderzoekers te laten doen. ‘Dat deed die kritiek snel verstommen’, aldus Rob in dit boek.

Waarin hij verder opmerkt: ‘Men is steeds meer gaan begrijpen dat onderzoek naar uitsluitend het ontstaan van homoseksualiteit en niet naar het ontstaan van bi- en heteroseksualiteit per definitie discriminerend is. Welk zinnig mens denkt discriminatie op grond van een zwarte huidskleur te kunnen bestrijden door onderzoek te doen naar het ontstaan van een zwarte huid?’

Een ander citaat nog: ‘Wie het zelfbeschikkingsrecht van mensen nastreeft, is vaak geneigd te denken dat vrijheid betekent dat je je niet organiseert. Maar het gevaar is dat de tegenstanders van vrijheid zich beter organiseren, waardoor die vrijheid voortdurend bedreigd wordt, mede door de onverschilligheid van de voorstanders. Vrijheid is niet de áfwezigheid van zelforganisatie, maar juist de zodanige áánwezigheid daarvan dat zelfbeschikking gewaarborgd wordt.’

Zelfbeschikking dus als telkens terugkerende mantra in dit boek met levensherinneringen van Rob Tielman. Het is een boeiende uitgave geworden, voor allen die geïnteresseerd zijn in humanistische waarden of de emancipatie van vrouwen, etnische en seksuele minderheden. Proficiat Rob, met dit prachtboek. Uitgeverij De Papieren Tijger zou terecht kunnen zeggen: het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.