door Bram van der Wurff

Navertelling als novelle van de sage van de Vliegende Hollander in de ik-stijl, waarin de schim van schipper Van der Decken, op zijn stuurloos spookschip, zonder bemanningsleden over de oceanen zwalkt. In een continue stroom van gedachten rechtvaardigt hij zijn liefde voor de zee, zijn atheïstische verhouding ten aanzien van God, zijn houding ten opzichte van de VOC, en de relatie met zijn vrouw en vooral met zijn zoon. Op het moment dat iemand (fictief?) aan boord komt, zet de auteur in het indringende verhaal de toch al knappe dialogen meer vertellend in. Zonder veel voorkennis over Nederland in de 17e eeuw goed te volgen.

Boek(en)