JE HOEFT NIET DIRECT ALLES AF TE SCHAFFEN WAT JE NIET BEGRIJPT

In Oostenrijk en op de Waddeneilanden worden vrouwen geslagen en in Europa worden kinderen behoorlijk bang gemaakt, constateerde ik gedurende de twintig jaar waarin ik Sint Nicolaasfeesten filmde. Nu ik deze feiten zo uit hun context haal, bestaat er risico dat de correct denkende Nederlander op zijn achterste benen gaat staan. Misschien moet er wel ingegrepen worden. Toen ik het filmde, kwam niet op het idee in actie te komen. Ik vond het opmerkelijk en probeerde achter het waarom te komen. Ik begreep dat het onderdeel van een jaarlijks ritueel gespeelde mythe was.

Als men een Zwarte Piet in een Londens park los laat, of nog erger in Amerika, dan wordt dat niet begrepen en wordt hij zowat gelyncht, want men ziet hem aan voor een Blackface uit de vaudeville. Gebruikt men dergelijke beelden om aan te tonen dat mensen die zich zwart schminken racisten zijn, dan vind ik wel dat er iets aan gedaan moet worden, omdat dit gevaarlijke indoctrinatie is die aanzet tot haat.
Intussen gingen alle programma’s, van Pauw en Arena (EO) tot DWDD vrolijk door met het melden van doodsbedreigingen, het demoniseren van Piet en houden ze in een kakofonie van meningen de elementaire informatie bij de kijkers weg. De kern van de zaak blijft onaangeroerd.

Ik ben niet geheel onpartijdig, want ik heb een documentaire gemaakt die in Nederland niet uitgezonden wordt op tv en de maakster van de beelden in het park in Engeland kan haar documentaire wel via de VPRO aan het Nederlandse publiek laten zien. Er is echter wel een verschil: ze was eiseres in een rechtszaak tegen Zwarte Piet en de kijker naar de publieke omroep heeft recht op pluriforme informatie.
Er is geen bewijs dat Zwarte Piet in 1850 uit racistische motieven is ontstaan. Eerder een grote hoeveelheid aanwijzingen en bewijzen van het tegendeel.
In Zwitserland waar de Sint ook een zwartgeschminkte hulp heeft en het land geen koloniaal verleden, hebben documentairemaker Roy Dames en ik gefilmd hoe ze er niets begrijpen van de associatie met racisme. Tijdens hun oeroude Sint Nicolaasfeest dat zo uit onze 20er tot 50er jaren geteleporteerd lijkt, waarin de Sint kinderen terechtwijst en beloont zonder grote cadeau’s, maar met als beloning alleen een zakje noten en vruchten. Voor braaf luisterende, ook reeds grote kinderen, ja pubers. We mochten willen dat we Sinterklaas nog zo vieren. Sinds het grootwinkelbedrijf zich er op gestort heeft, is het geleidelijk kapot gemaakt en nu de helft van het Sint en Pietduo door een groep fanatici tot symbool van racisme is gemaakt, trekt datzelfde grootwinkelbedrijf zich laf terug.

Ik heb gezien dat Zwarte Piet talloze equivalenten in heel Europa heeft en ook daarbuiten, die geen enkel verband hebben met slavernij of kolonialisme. Die feesten zijn vele honderden, soms duizenden jaren oud. Het Sinterklaasfeest en de figuur Zwarte Piet staan in een veel groter geografisch en historisch verband. Dat wat een discussie wordt genoemd, blijft zo een storm in een glas water: Nederland 2014. Daarbuiten zien we niets. En het lijkt wel of ze er hier over nagedacht hebben: hoe kun je rechts extremisme het beste in de kaart spelen. 

Cultuurhistoricus René Cuperus waarschuwde al in oktober 2013 in de Volkskrant niet naïef te zijn en de krachten en emoties die vrijkomen te onderschatten en zegt: zorg dat de meest geprononceerde verdediging van Zwarte Piet niet in handen van rechts-populistische, extreemrechtse en ultranationalistische groeperingen komt.
Schenkman, schrijver van het boekje ’Sint Nicolaas en zijn knecht’, was geen racist, in tegendeel, hij was humanist, wilde het volk verheffen en de Sint deftig en salonfähig te maken nadat het feest sinds de reformatie ondergronds was gegaan. Door hem geen bok of duivel (zoals nu nog in Oostenrijk) maar een respectabele hulp te geven. Hij liet zich inspireren door anti-racistisch boekje waarin Sint pesters van een zwarte man in een inktpot stopt en door zijn eigen satirisch werkje waarin Prinses Marianne van Oranje die in Alexandrië een Soedanese slaaf had gekocht bespotte. Weer spelen tijd en context een hoofdrol.

In mijn documentaire Zwartgemaakt toon ik met bewijzen aan dat de met roet zwart gemaakte voorlopers van de figuur van Schenkman reeds ver voor 1850 overal op het platteland van Europa rondgingen en in een oeroude traditie passen. Tot op de dag van vandaag brengen dergelijke dekkend zwart beroete figuren van Grieks Macedonië tot de Pyreneeën geluk en vruchtbaarheid voor het nieuwe jaar door gezichten van huwbare meisjes te beroeten. Ook in Nederland gebeurt dit nog. Tot in Iran zijn de bewijzen te vinden van het jaarlijks dekkend zwart beroeten in een traditie van satire, berisping en vernieuwing. Tijdens mijn zoektochten over een periode van tientallen jaren, kwam ik in vrijwel elk land dergelijke Zwarte Pietgebruiken tegen. Het duo Sint en Piet is jaarlijks op 5 december onder verschillende namen te vinden in landen zonder slavernijverleden zoals Zwitserland, Oostenrijk, het Franse Lotharingen en Tsjechië en door ons gefilmd. In Iran tijdens de oud Perzische jaarwisseling. Goedgekeurd door de VN.
Van dat racisme via Zwarte Piet hebben wij geen spoor gevonden. Wel bewijzen van het tegendeel. Niet vanuit de onderbuik, maar visueel aantoonbaar, met feiten en door deskundigen door duiding verwoord.
Het zijn restgebruiken van het archetype The Trickster dat als emancipator van onderdrukten geldt. Dit verklaart waarom dit karakter juist kinderen zo aanspreekt als rolmodel. Hij leert hen dat ze niet machteloos zijn, de underdog kan winnen.

‚Onduidelijke, vage beschuldigingen. Het exacte racistische mechanisme wordt nooit uitgelegd’, schreef cultureel antropoloog Teun Voeten precies een jaar geleden in de Volkskrant. ‚Bevestigt of versterkt de cultus van Zwarte Piet reeds aanwezige vooroordelen? En hoe precies? Worden er racistische zaadjes geplant in tere kinderzieltjes? Heldere oorzakelijke verbanden worden niet aangetoond, wel veel circumstantial evidence.
Het is net als de beschuldiging van hekserij. Niemand kan precies uitleggen hoe hekserij functioneert. Alleen weten de aanklagers zeker dat de beschuldigden heksen zijn. Heksen zelf kunnen per definitie hun onschuld niet bewijzen. En kunnen ze dat wel, welnu, dat is het ultieme bewijs van hun hekserij’.

Arnold-Jan Scheer
17 november 2014

 

 

Boek(en)