door Menno Gnodde

In 1793 ontvlamde een bloedige burgeroorlog tegen het revolutionaire Schrikbewind, dat de eigenheid van boeren en lagere adel bedreigde. Tegen die achtergrond laat Hugo (1802-1885) in zijn indringende laatste roman (1874) drie hoofdrolspelers de confronterende standpunten vertolken, die schuld en boete over en weer belichten. Markies de Lantenac is de royalistische held én een meedogenloos bestrijder van de republikeinen, die niet aarzelt zijn tegenstanders te executeren of kinderen te gijzelen. De radicale jakobijn Cimourdain, afvallig priester staat voor straffe rechtlijnigheid, hoeder van de republikeinse ideologie, een volkscommissaris avant-la-lettre. Hij is ook de geestelijk leider van burggraaf Gauvain, die tot ongenoegen van zijn oom Lantenac het bevel voert over het republikeinse leger van de Côtes-du-Nord. Gauvain nu benadert het meest Hugo’s humanistisch engagement, al ontloopt hij evenmin vuile handen. Zo weerspiegelt het spanningsveld binnen deze driehoek naast een tijdgebonden sociaal-politiek klimaat zeker ook een existentiële waardenschaal.

16-12-2015

 

Boek(en)